Studenten Productontwikkeling zoeken creatieve manieren om buurtbewoners juist te laten sorteren

“Als je wil dat iedereen zijn afval correct deponeert moet je vooral niet beleren met algemene slogans. Je moet informeren en ondersteunen.”

Els Du Bois van de faculteit Productontwikkeling verdeelt haar tijd tussen lesgeven en onderzoek. Haar focus in beide opdrachten: ecodesign en nieuwe ontwerpen voor een duurzame economie. Op vraag van stad Antwerpen dacht ze met haar studenten na over hoe we het gft-afval in de stad beter kunnen verzamelen. Frank Deijnckens, adviseur communicatie en marketing bij stad Antwerpen is razend benieuwd naar de resultaten.

Alles staat of valt bij juist sorteren

Els vertelt over de aanleiding van het onderzoek: “De stad ziet enkele opportuniteiten om de verzameling van het gft-afval te optimaliseren. Ze hebben enkele vragen waar we ons graag mee over buigen: Hoe kunnen we het afval, dat eigenlijk een nieuwe grondstof is, beter verwerken? En kunnen we daarbij ook de omgeving aangenaam maken door minder geurhinger en door het aantal vrachtwagens dat komt lossen te verminderen?

Samen met twee andere faculteiten, die van Toegepaste - en Bio-ingenieurswetenschappen, onderzochten we hoe we hoe we het gft-afval kunnen precomposteren wanneer het nog in de sorteerstraatjes ligt.  Op die manier zouden we voor kwalitatiever materiaal zorgen, het volume reduceren én de geurhinder voor een groot stuk wegnemen. De bio-ingenieurs focusten zich op dat bio-proces.

De toegepaste ingenieurs bouwden een reactor die ronddraait opdat de biomassa constant in beweging is en kan composteren. En onze studenten Productontwikkeling legden zich toe op het gedeelte van de afvalcontainer die boven de grond uitkomt en dus zichtbaar is voor de gebruikers. En daar staat of valt het hele ondergrondse precomposteringsproces bij. Want als buurtbewoners verkeerd sorteren, kan dit het hele ondergrondse proces verstoren. Wij bekeken hoe we de bovengrondse containers zo kunnen ontwerpen dat gebruikers geen vergissingen maken en enkel het juiste gft-afval deponeren. Samen kwamen we zo met het idee van de Urban Pre-Composter.”

De urban Precomposter van Jeroen Op de Beeck

Hoe zorgen we ervoor dat iedereen correct sorteert?

“We deelden ons onderzoek op in 6 categorieën”, gaat Els verder. “Een eerste categorie ging over: Hoe kunnen we de zichtbaarheid van de sorteerstraatjes vergroten? Door bijvoorbeeld op een originele manier de weg naar de containers te tonen, de container te personaliseren of een emmertje te ontwerpen waarmee bewoners hun afval gemakkelijk kunnen deponeren?” Frank onderbreekt enthousiast: “Naar zo’n containertjes vragen buurtbewoners ons voortdurend op infomomenten!” “Klopt”, bevestigt Els, “ons onderzoek toonde aan dat je het voor mensen best zo gemakkelijk mogelijk maakt en hen faciliteert.

In een tweede categorie vroegen we ons af hoe we mensen kunnen helpen om enkel juiste zaken in de container te deponeren. Enkele voorbeelden: de container sluit niet als het gedeponeerde afval niet correct is. Of een Holle Bolle Gijs wordt boos. Hier was de conclusie heel duidelijk: mensen willen niet bestraft worden, ze willen gewoon heel goed geïnformeerd worden.” Frank: “Dat begrijp ik. Niemand wil enkel negatieve feedback. Je moet mensen net laten weten wat wel correct is. Je moet ze informeren en de tools aanreiken om het juist te doen. Dat is ook onze ervaring en daar proberen we met de stad veel werk van te maken. Eerder dan te beleren, proberen we handige instrumenten aan te reiken. En dan volgt het juiste gedrag vaak gemakkelijker.”

Els: “Klopt helemaal, dat kan ons onderzoek bevestigen. Daarom onderzochten we in een derde categorie hoe we mensen meer informatie kunnen geven over wat er met hun afval gebeurt nadat zij het deponeren.”  Frank valt meteen in: “Ja, het is belangrijk dat mensen dat weten. Ook uit kwalitatief onderzoek dat we door het onderzoeksbureau IPSOS lieten uitvoeren blijkt dat.” Els: inderdaad, als je wil dat mensen juist sorteren, moet je hen er het belang van laten inzien. En dat kan door hen te laten weten wat er nadien mee gebeurt. Dat bleek ook heel erg uit ons onderzoek. Mensen willen dat echt heel graag weten. En dus onderzochten we in een vijfde categorie hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen beter weten wat ze waar mogen gooien. Daaruit kunnen we besluiten dat mensen het zo eenvoudig mogelijk willen. Ze willen heel hands-on info. Mogen gekookte aardappelen er nu in of niet?” In een laatste categorie onderzochten we wat het beste werkt: belonen of bestraffen. De resultaten van deze bevraging waren echter heel onduidelijk. Hieruit konden we geen concrete resultaten trekken.

De stad experimenteerde al eerder met vuilnisbakken in het straatbeeld. - Trash tune 

Elke buurt is anders

Frank: “Voor mij is het natuurlijk heel interessant om te horen hoe we buurtbewoners het best benaderen om hen ervan te overtuigen juist te sorteren. Maar ik weet uit mijn ervaring ook dat dat heel buurtgebonden is. In Antwerpen kunnen twee wijken heel erg verschillen, en dan heb ik het niet enkel over de bewoners. Ook het type afval kan heel anders zijn. Het gft-afval in een dichtbevolkte wijk boordevol kleine appartementen in het centrum van de stad is heel anders dat dat van een wijk met alleenstaande huizen en grote tuinen op Linkeroever.” Els: “En dat maakt het voor ons een heel interessante oefening. Hoe zorgen wij dan voor een product dat universeel is en voor iedereen werkt? Frank: “Dat product bestaat niet, denk ik. Ik geloof echt dat in elke buurt iets anders zal werken. Dat is waarom wij ons heel erg focussen op ‘proberen en meten’. Zo hoeven we bijvoorbeeld niets te veranderen op plekken waar al goed gesorteerd wordt.” Els: “Dat klopt natuurlijk. Dat toonde ons onderzoek ook aan: Hoe specifieker je te werk gaat, hoe beter. Algemene boodschappen werken niet.” Frank: “Ja, we willen in elke buurt de juiste boodschap brengen en de juiste tools aanreiken.”

Minder afval

“Maar er is meer”, vertelt Frank. “Juist sorteren is niet alles. We moeten ook en vooral veel minder afval produceren. Ook die boodschap willen we overal verspreiden. En zeker bij het gft-afval is er nog wel wat ruimte voor verbetering. Zo kan je wanneer je het gras in je tuin maait, beter mulchen in plaats van het weg te gooien. Op die manier haksel je je gras meteen heel fijn en laat je het als compost op je gazon vallen. Een echte win-win; je hebt geen afval, minder buk- en sleurwerk en dus minder rugpijn en je gazon wordt er alleen maar beter van. Het zijn vooral dit soort boodschappen die we trachten over te brengen door handige tools en diensten aan te bieden in plaats van regels op te leggen.

De stad ondersteunt haar inwoners om samen de afvalberg te verminderen

“We willen minder en juister afval”, gaat Frank gedreven verder.  “Maar we willen niet beleren, we willen mensen net uitnodigen uit een hele waaier aan mogelijkheden één optie te kiezen en op die manier iets te veranderen. En daarbij willen we hen heel graag ondersteunen. Een voorbeeld? Stop met plastiek flessen kopen. Drink kraantjeswater en hergebruik een leuke drinkbus. Die geven wij dan cadeau, bijvoorbeeld.  Of versnipper het tuinafval wanneer je je haag scheert en leg de houtsnippers onderaan je haag. Het is een perfecte meststof en je hebt geen last meer van onkruid. Het hakselteam van de stad komt het gratis en voor niets verhakselen, die toestellen hoef je niet zelf aan te kopen.” Els: “Je merkt inderdaad dat mensen vaak enkel nog de informatie nodig hebben en de juiste tools. Van tegenstand is vaak geen sprake. Dan helpen slogans niet veel.” Frank: “Klopt, dan moet je gewoon faciliteren en laten zien hoe het ook kan.”

Veel kleintjes maken een groot

“Als alle Antwerpenaren een bepaalde, zelfs een kleine, stap zetten, heeft het echt impact”, gaat Frank vurig verder. “Dan verandert er heel wat.”

De voorbeeldrol van de stad is cruciaal

Els: “Die voorbeeldrol van de stad is inderdaad van groot belang. Voor de buurtbewoners, maar zeker ook om de industrie over de streep te trekken. Ook voor dit project was de samenwerking met de stad cruciaal. Voor industriële partners is het heel interessant om weten dat de stad bijvoorbeeld in een Urban Pre-Composter wil investeren. Want in dit stadium is het voor bedrijven nog te pril en dus risicovol om zelf grote investeringen te doen. Zonder de stad zijn dit soort onderzoeken niet mogelijk.”

Abonneer mij: 

Abonneer je op onze nieuwsbrief en volg Stadslab2050 op de voet